Vertaling van oneself van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

oneself

': zichzelf, zich, zelf
Transcriptie: [wɒnˈself]

Woordenboekartikel

pronoun

  1. zichzelf
  2. jezelf
  3. zich
  4. zelf

Voorbeelden

handelingen gericht op zichzelf of zelfstudie


to teach oneself

— zichzelf iets leren; zelfstandig leren

to train oneself

— zichzelf trainen; zichzelf aftrainen

to help oneself

— zichzelf helpen

to hurt oneself

— zichzelf pijn doen

to heal oneself

— zichzelf genezen

to deceive oneself

— zichzelf bedriegen

identiteit, zelfexpressie of zelfontdekking


to be oneself

— zichzelf zijn

to express oneself

— zichzelf uiten

to find oneself

— zichzelf vinden

to know oneself

— zichzelf kennen

to be true to oneself

— zichzelf trouw blijven; eerlijk tegen zichzelf zijn

zelfstandigheid, zelfredzaamheid of afzondering


to rely on oneself

— op zichzelf rekenen

to fend for oneself

— voor zichzelf zorgen

to keep oneself to oneself

— zich op zichzelf houden; gesloten zijn

to stand by oneself

— op zichzelf steunen; zelfstandig blijven

zichzelf iets toestaan, zich verwennen of toegeven


to allow oneself to

— zichzelf toestaan om

to permit oneself

— zichzelf veroorloven

to indulge oneself

— zichzelf toegeven; zichzelf een plezier doen

to treat oneself to

— zichzelf trakteren op; zichzelf verwennen met

zelfbeoordeling, zelfkritiek en trots


to pride oneself on

— trots zijn op; trots voelen over

to blame oneself

— zichzelf de schuld geven

to forgive oneself

— zichzelf vergeven

to criticize oneself

— zichzelf bekritiseren

to judge oneself harshly

— zichzelf streng beoordelen

comfort, aanpassing en dienstbaarheid aan anderen


to make oneself at home

— zich thuis voelen; zich op zijn gemak stellen

to make oneself comfortable

— het zich gemakkelijk maken

to put oneself at someone's disposal

— zich ter beschikking stellen van iemand

communicatie, presentatie en invloed op anderen


to make oneself understood

— zich verstaanbaar maken; duidelijk maken

to make oneself heard

— gehoor vinden; ervoor zorgen dat men gehoord wordt

to present oneself as

— zich voordoen als

to introduce oneself

— zich voorstellen