Vertaling van only van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

only

': alleen, slechts, enkel, maar, pas
Transcriptie: [ˈəʊnlɪ]

Woordenboekartikel

adverb

  1. alleen (just)
  2. slechts
  3. enkel
  4. uitsluitend
  5. amper
  6. louter (just)
  7. maar
  8. pas
  9. eerst

adjective

  1. enige (singular)
  2. einige
  3. enig
  4. enigst

Voorbeelden

alleen; slechts


only one

— alleen één

only now

— pas nu

only then

— pas dan

only recently

— pas onlangs

enige


the only child

— enig kind

the only way

— enige weg

the only reason

— enige reden

the only answer

— enige antwoord

uitsluitend, maar


only for adults

— alleen voor volwassenen

only a few

— slechts een paar

only a little

— maar een beetje

only too glad

— maar al te blij

alleen, maar


only I was late

— alleen kwam ik te laat

only it was raining

— alleen het regende

only he knew

— alleen hij wist het

only then did I understand

— pas toen begreep ik het