Vertaling van outbreak van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

outbreak

': het uitbreken, oproer
Transcriptie: [ˈaʊtbreɪk]

Woordenboekartikel

noun

  1. uitbraak n (outburst)
  2. uitbreken n (onset)
  3. uitbarsting f (outburst)
  4. het uitbreken
  5. oproer

Voorbeelden

epidemiologie of gezondheidszorg


disease outbreak

— ziekte-uitbraak

outbreak

— uitbraak

local outbreak

— plaatselijke uitbraak

major outbreak

— grote uitbraak; massale uitbraak

hospital outbreak

— ziekenhuisuitbraak; uitbraak in het ziekenhuis

influenza outbreak

— griepepidemie; uitbraak van griep

coronavirus outbreak

— coronavirusuitbraak; uitbraak van het coronavirus

outbreak of measles

— mazelenuitbraak; uitbraak van mazelen

reactie of bestrijding


outbreak investigation

— uitbraakonderzoek

outbreak response

— uitbraakbestrijding; maatregelen tegen een uitbraak

contain an outbreak

— een uitbraak indammen; een uitbraak stoppen

control measures for an outbreak

— bestrijdingsmaatregelen bij een uitbraak; epidemiologische maatregelen

outbreak surveillance

— uitbraaksurveillance; toezicht op een uitbraak

early detection of an outbreak

— vroegtijdige opsporing van een uitbraak

declare an outbreak

— een uitbraak vaststellen; een uitbraak afkondigen

voedselveiligheid of diergezondheid


foodborne outbreak

— voedselgerelateerde uitbraak; uitbraak door voedsel

salmonella outbreak

— salmonella-uitbraak; uitbraak van salmonella

listeria outbreak

— listeria-uitbraak; uitbraak van listeria

animal disease outbreak

— dierziekte-uitbraak; uitbraak onder dieren

sociale of politieke verschijnselen


outbreak of violence

— uitbarsting van geweld; geweldsuitbarsting

outbreak of riots

— uitbarsting van rellen; massale rellen

outbreak of protests

— uitbarsting van protesten; protestgolf

outbreak of war

— uitbreken van oorlog; uitbarsting van vijandelijkheden

branden of natuurverschijnselen


outbreak of fire

— uitbarsting van vuur; branduitbraak

wildfire outbreak

— uitbraak van natuurbranden; bosbranduitbraak

emoties of overdrachtelijke betekenissen


outbreak of laughter

— uitbarsting van gelach; lachbui

outbreak of anger

— uitbarsting van woede; woede-uitbarsting

outbreak of enthusiasm

— uitbarsting van enthousiasme; opleving van enthousiasme