Vertaling van overpass van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

overpass

': viaduct, oversteken, afleggen, uitsteken over, te boven komen
Transcriptie: [ˈəʊvəpɑːs]

Woordenboekartikel

noun

  1. viaduct n (flyover)

verb

  1. oversteken
  2. afleggen
  3. uitsteken over
  4. te boven komen

Voorbeelden

viaduct


pedestrian overpass

— voetgangersbrug

highway overpass

— wegviaduct over een snelweg; bovengrondse oversteek over een autosnelweg

railway overpass

— spoorwegviaduct; viaduct over een spoorlijn

road overpass

— wegviaduct; verhoogde weg

under the overpass

— onder het viaduct; onder de verhoogde weg

bouw van een viaduct; aanleg van een verhoogde weg


overpass construction

— herstelling van een viaduct; herstel van een verhoogde weg

overpass repair

— inspectie van een viaduct; controle van een verhoogde weg

overpass inspection

— instorting van een viaduct; ineenstorting van een verhoogde weg

overpass collapse

— sluiting van een viaduct; afsluiting van een verhoogde weg

overpass closure

— gebruikmaken van het viaduct; gebruikmaken van de verhoogde weg

het viaduct oversteken; de verhoogde weg oversteken


use the overpass

— over het viaduct lopen; te voet over de verhoogde weg gaan

cross the overpass

— het viaduct opgaan; de verhoogde weg opgaan

walk across the overpass

— het viaduct verlaten; van de verhoogde weg afgaan

enter the overpass

— verwachtingen overtreffen; boven verwachting presteren

exit the overpass

— de limiet overschrijden; over de limiet gaan

een concurrent voorbijstreven; een concurrent overtreffen


overpass expectations

— eerdere records overtreffen; vorige records verbreken

overpass the limit

— een bezwaar naast zich neerleggen; een bezwaar verwerpen

overpass a competitor

— een klacht negeren; een klacht onbehandeld laten

overpass previous records

— iemands bijdrage over het hoofd zien; iemands inbreng negeren

overlopen, passeren, overschrijden


overpass an objection

— overtreffen, overschrijden, te boven gaan

overpass a complaint

— over het hoofd zien, negeren, voorbijgaan aan

overpass someone's contribution

— oversteken, overgaan