Vertaling van own van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
own
Transcriptie: [əʊn]
Woordenboekartikel
adjective
- eigen (personal)
- apart n
- bloedeigen
verb
- bezitten (hold)
- zelf (self)
- eigenaar m
- bezitter m
- bezit n (hold)
- heeft (have)
- beschikken (have)
- hebben
- erop nahouden
- erkennen
noun
- eigendom
- eigen familie
Voorbeelden
bezit, eigendom
own a house
— een huis bezittenown a car
— een auto bezittenown the property
— het eigendom bezitten; eigenaar zijn van het onroerend goedown shares
— aandelen bezittenown a business
— een bedrijf bezittentoegeven, erkennen
own up
— bekennen, toegevenown up to a mistake
— een fout toegeven; verantwoordelijkheid nemen voor een foutown the mistake
— de fout toegeven; de schuld op zich nemenown it
— geef het toe; neem de verantwoordelijkheideigen, persoonlijk
my own
— mijn eigenhis own
— zijn eigenher own
— haar eigenour own
— ons eigentheir own
— hun eigenown room
— eigen kamerown home
— eigen huiszelfstandig, alleen
on my own
— op eigen houtje, alleen, zonder hulpon your own
— op eigen houtje, zelfdo it on your own
— doe het zelf, doe het alleenleave on one's own
— op eigen initiatief vertrekken, alleen vertrekkenvaste uitdrukkingen
own goal
— eigen doelpuntown brand
— eigen merkat your own risk
— op eigen risicoin one's own right
— uit eigen recht, op eigen titelhave one's own way
— zijn zin doordrijven, zijn zin krijgenset one's own pace
— zijn eigen tempo bepalen