Vertaling van own van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

own

': eigen, bezitten, eigendom, hebben, bloedeigen
Transcriptie: [əʊn]

Woordenboekartikel

adjective

  1. eigen (personal)
  2. apart n
  3. bloedeigen

verb

  1. bezitten (hold)
  2. zelf (self)
  3. eigenaar m
  4. bezitter m
  5. bezit n (hold)
  6. heeft (have)
  7. beschikken (have)
  8. hebben
  9. erop nahouden
  10. erkennen

noun

  1. eigendom
  2. eigen familie

Voorbeelden

bezit, eigendom


own a house

— een huis bezitten

own a car

— een auto bezitten

own the property

— het eigendom bezitten; eigenaar zijn van het onroerend goed

own shares

— aandelen bezitten

own a business

— een bedrijf bezitten

toegeven, erkennen


own up

— bekennen, toegeven

own up to a mistake

— een fout toegeven; verantwoordelijkheid nemen voor een fout

own the mistake

— de fout toegeven; de schuld op zich nemen

own it

— geef het toe; neem de verantwoordelijkheid

eigen, persoonlijk


my own

— mijn eigen

his own

— zijn eigen

her own

— haar eigen

our own

— ons eigen

their own

— hun eigen

own room

— eigen kamer

own home

— eigen huis

zelfstandig, alleen


on my own

— op eigen houtje, alleen, zonder hulp

on your own

— op eigen houtje, zelf

do it on your own

— doe het zelf, doe het alleen

leave on one's own

— op eigen initiatief vertrekken, alleen vertrekken

vaste uitdrukkingen


own goal

— eigen doelpunt

own brand

— eigen merk

at your own risk

— op eigen risico

in one's own right

— uit eigen recht, op eigen titel

have one's own way

— zijn zin doordrijven, zijn zin krijgen

set one's own pace

— zijn eigen tempo bepalen