Vertaling van owner van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
owner
Transcriptie: [ˈəʊnə]
Woordenboekartikel
noun
- eigenaar m (proprietor, business, holder, business owner)
- bezitter m
- ondernemer m
- houder m
- bedrijfseigenaar m
- rechthebbende f
- verhuurder m (homeowner)
- reder
Voorbeelden
eigendom of bezit
owner of the company
— eigenaar van het bedrijfsole owner
— enig eigenaarlegal owner
— wettelijke eigenaarbeneficial owner
— uiteindelijk gerechtigderegistered owner
— geregistreerd eigenaarrightful owner
— rechtmatige eigenaarowner's manual
— handleiding voor de eigenaarbedrijf of onderneming
business owner
— bedrijfseigenaarsmall business owner
— eigenaar van een klein bedrijffranchise owner
— franchisehouderrestaurant owner
— restauranteigenaarshop owner
— winkeleigenaarowner operator
— eigenaar-ondernemerco-owner
— mede-eigenaarformer owner
— voormalige eigenaarwonen, huis of onroerend goed
homeowner
— huiseigenaarproperty owner
— eigenaar van onroerend goedowner-occupied property
— eigen woningowner-occupied house
— eigen huisland owner
— grondeigenaardieren of huisdieren
pet owner
— huisdiereneigenaardog owner
— hondenbezittercat owner
— kattenbezitterresponsible owner
— verantwoordelijke eigenaarjuridische rechten of aansprakelijkheid
owner liability
— aansprakelijkheid van de eigenaarowner of record
— eigenaar volgens de registersowner consent
— toestemming van de eigenaarowner rights
— rechten van de eigenaartechnische of digitale contexten
device owner
— eigenaar van het apparaatdomain owner
— domeineigenaarfile owner
— bestandseigenaarrepository owner
— eigenaar van de repositoryaccount owner
— accounteigenaar