Vertaling van owner van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

owner

': eigenaar, bezitter, reder
Transcriptie: [ˈəʊnə]

Woordenboekartikel

noun

  1. eigenaar m (proprietor, business, holder, business owner)
  2. bezitter m
  3. ondernemer m
  4. houder m
  5. bedrijfseigenaar m
  6. rechthebbende f
  7. verhuurder m (homeowner)
  8. reder

Voorbeelden

eigendom of bezit


owner of the company

— eigenaar van het bedrijf

sole owner

— enig eigenaar

legal owner

— wettelijke eigenaar

beneficial owner

— uiteindelijk gerechtigde

registered owner

— geregistreerd eigenaar

rightful owner

— rechtmatige eigenaar

owner's manual

— handleiding voor de eigenaar

bedrijf of onderneming


business owner

— bedrijfseigenaar

small business owner

— eigenaar van een klein bedrijf

franchise owner

— franchisehouder

restaurant owner

— restauranteigenaar

shop owner

— winkeleigenaar

owner operator

— eigenaar-ondernemer

co-owner

— mede-eigenaar

former owner

— voormalige eigenaar

wonen, huis of onroerend goed


homeowner

— huiseigenaar

property owner

— eigenaar van onroerend goed

owner-occupied property

— eigen woning

owner-occupied house

— eigen huis

land owner

— grondeigenaar

dieren of huisdieren


pet owner

— huisdiereneigenaar

dog owner

— hondenbezitter

cat owner

— kattenbezitter

responsible owner

— verantwoordelijke eigenaar

juridische rechten of aansprakelijkheid


owner liability

— aansprakelijkheid van de eigenaar

owner of record

— eigenaar volgens de registers

owner consent

— toestemming van de eigenaar

owner rights

— rechten van de eigenaar

technische of digitale contexten


device owner

— eigenaar van het apparaat

domain owner

— domeineigenaar

file owner

— bestandseigenaar

repository owner

— eigenaar van de repository

account owner

— accounteigenaar