Vertaling van ownership van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

ownership

': eigendom, bezit, eigendomsrecht
Transcriptie: [ˈəʊnəʃɪp]

Woordenboekartikel

noun

  1. eigendom n (property)
  2. eigendomsrecht n (property)
  3. bezit n (property)
  4. eigenaar m (owner)
  5. eigenaarschap n
  6. bezitten (possession)

Voorbeelden

eigendomsrecht


ownership rights

— eigendomsrechten

legal ownership

— wettelijk eigendom

transfer of ownership

— overdracht van eigendom

proof of ownership

— bewijs van eigendom

bezit en toebehoren


take ownership of

— verantwoordelijkheid nemen voor

shared ownership

— gemeenschappelijk eigendom

private ownership

— particulier eigendom

public ownership

— openbaar eigendom

eigenaar en aandeel


ownership of the property

— eigendomsrecht op het goed

ownership of the company

— eigendom van het bedrijf

ownership stake

— eigendomsbelang

change of ownership

— eigenaarswissel

verantwoordelijkheid en controle


ownership of the problem

— verantwoordelijkheid voor het probleem nemen

ownership of the project

— verantwoordelijkheid voor het project nemen

sense of ownership

— gevoel van betrokkenheid

employee ownership

— werknemersparticipatie in het eigendom