Vertaling van pain van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

pain

': pijn, smart, leed, lijden, pijn veroorzaken
Transcriptie: [peɪn]

Woordenboekartikel

noun

  1. pijn f (discomfort)
  2. leed n (suffering)
  3. verdriet n (distress)
  4. pijnlijk (hurt)
  5. ellende f (distress)
  6. smart
  7. lijden
  8. zeer
  9. straf
  10. wee

verb

  1. pijn veroorzaken
  2. pijn doen
  3. bedroeven
  4. pijnigen
  5. leed doen

Voorbeelden

fysieke pijn


chest pain

— pijn op de borst

abdominal pain

— buikpijn; pijn in de buikholte

back pain

— rugpijn

joint pain

— gewrichtspijn; pijn in de gewrichten

sharp pain

— scherpe pijn

dull pain

— dove pijn

chronic pain

— chronische pijn

acute pain

— acute pijn

throbbing pain

— kloppende pijn

stabbing pain

— stekende pijn

burning pain

— brandende pijn

radiating pain

— uitstralende pijn

pain relief

— pijnverlichting

painkiller

— pijnstiller

emotionele pijn; zielepijn


emotional pain

— emotionele pijn; zielenpijn

pain of loss

— pijn van het verlies; verdriet

silent pain

— stille pijn; verborgen pijn

the pain inside

— de pijn van binnen; innerlijk lijden

feel someone else’s pain

— meeleven; de pijn van een ander voelen

idiomen of vaste uitdrukkingen


pain in the neck

— zeurende pijn; lastpost

no pain no gain

— geen pijn, geen winst; zonder moeite geen resultaat

take pains

— moette doen; zijn best doen

in pain

— in pijn; pijn hebbend

save someone the pain

— iemand de moeite besparen; iemand het ongemak besparen

werkwoorden met pijn


to ease the pain

— de pijn verlichten

to relieve pain

— pijn verlichten; pijn stillen

to suffer pain

— pijn lijden

to cause pain

— pijn veroorzaken

to feel pain

— pijn voelen

to bear the pain

— de pijn verdragen

beschrijvingen of kenmerken van pijn


mild pain

— lichte pijn

severe pain

— ernstige pijn; hevige pijn

intermittent pain

— intermitterende pijn; wisselende pijn

constant pain

— constante pijn

unbearable pain

— ondraaglijke pijn

manageable pain

— beheersbare pijn; draaglijke pijn