Vertaling van pair van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

pair

': paar-, paar, paren, tweetal, koppel
Transcriptie: [peə]

Woordenboekartikel

noun

  1. paar (couple)
  2. koppel n
  3. tweetal (couple)
  4. paren (mate)
  5. pair n
  6. stel
  7. duo

verb

  1. koppelen (connect)
  2. een paar vormen
  3. paarsgewijze rangschikken
  4. verenigen

adjective

  1. paar-
  2. gepaarde
  3. dubbel-

Voorbeelden

paar voorwerpen of dingen


a pair of shoes

— een paar schoenen

a pair of socks

— een paar sokken

a pair of glasses

— een bril

a pair of scissors

— een schaar

a pair of jeans

— een spijkerbroek

paar mensen of dieren


a pair of friends

— een paar vrienden

a married pair

— een getrouwd stel

a pair of lovers

— een verliefd paar

a breeding pair

— een fokpaar

handelingen die het verenigen of verdelen in paren uitdrukken


pair up

— paren vormen

pair off

— koppels vormen

pair with

— combineren met

be paired with

— gekoppeld zijn aan

technische, sportieve of wetenschappelijke uitdrukkingen


pair programming

— paarprogrammering

pairwise comparison

— paarsgewijze vergelijking

pair bond

— paarband

pairing system

— paarvormingssysteem

a pair of parentheses

— een paar haakjes

werkwoordelijke constructies met pair, combinatie en toewijzing in paren


to pair someone with someone

— iemand aan iemand koppelen

to pair off at a dance

— paren vormen op een dansfeest

to pair items

— voorwerpen combineren