Vertaling van parent van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

parent

': ouder, moeder, vader, bron, oorzaak
Transcriptie: [ˈpe(ə)rənt]

Woordenboekartikel

noun

  1. ouder m
  2. bovenliggend (ancestor, parenting)
  3. ouderlijk
  4. moedermaatschappij f (parent company)
  5. ouer m
  6. moeder
  7. vader
  8. bron
  9. oorzaak
  10. wortel

Voorbeelden

familie, verwanten of relaties


parent

— ouder

single parent

— alleenstaande ouder; eenoudergezin

biological parent

— biologische ouder

adoptive parent

— adoptiefouder; adoptieouder

foster parent

— pleegouder; voogd

co-parenting

— co-ouderschap; gezamenlijke opvoeding

parent and child

— ouder en kind

parental figure

— ouderfiguur; opvoedkundige figuur

juridische of voogdijtermen


legal parent

— wettelijke ouder

parental responsibility

— ouderschapsverantwoordelijkheid; ouderlijke verantwoordelijkheid

parental rights

— ouderlijke rechten

surrogate parent

— surrogaatouder; vervangende ouder

opvoeding, stijl, controle of zorg


parenting style

— opvoedingsstijl; opvoedstijl

parental control

— ouderlijk toezicht; ouderlijke controle

parental guidance

— ouderlijke begeleiding; leiding van de ouders

parental leave

— ouderschapsverlof; zwangerschapsverlof

parenting skills

— opvoedvaardigheden; opvoedingsvaardigheden

school, onderwijs of interactie met leraren


parent-teacher meeting

— ouderavond; ouder-leraarbijeenkomst

parent-teacher conference

— ouder-leraarconferentie; ouderavond

parent volunteer

— oudervrijwilliger; vrijwilliger uit de ouders

parent involvement

— ouderbetrokkenheid; betrokkenheid van ouders

bedrijf, onderneming of organisatie


parent company

— moedermaatschappij; moederbedrijf

parent organization

— moederorganisatie; overkoepelende organisatie

parent firm

— moederfirma; moederbedrijf

computtertermen of structuren


parent directory

— bovenliggende map; bovenliggende directory

parent node

— bovenliggend knooppunt; ouder-node

parent process

— ouderproces; bovenliggend proces

parent class

— ouderklasse; basisklasse

werkwoorden, handelingen of gedrag


to parent

— opvoeden; ouder zijn

parenting a child

— het opvoeden van een kind; de zorg voor een kind