Vertaling van part van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

part

': deel, onderdeel, scheiden, gedeelte, part
Transcriptie: [pɑːt]

Woordenboekartikel

noun

  1. deel n (portion, component, area)
  2. onderdeel n
  3. gedeelte n
  4. rol f (role)
  5. stuk n (portion, piece)
  6. partij f (side)
  7. scheiden (divide)
  8. component m
  9. uitmaken (involve)
  10. gedeeltelijk (partly)

verb

  1. uiteengaan
  2. verdelen
  3. uit elkaar gaan
  4. afscheiden
  5. schiften
  6. indelen
  7. afbreken
  8. doorbreken
  9. breken

Voorbeelden

onderdeel


part

— deel

part of

— deel van

a vital part

— een vitaal onderdeel

a spare part

— een reserveonderdeel

machine part

— machineonderdeel

body part

— lichaamsdeel

hoeveelheid


part of the whole

— deel van het geheel

a large part

— een groot deel

a small part

— een klein deel

the greater part

— het grootste deel

rol


play a part

— een rol spelen

take part in

— deelnemen aan

take part

— deelnemen

have a part in

— een aandeel hebben in

be part of

— deel uitmaken van

scheiding


part company

— uit elkaar gaan

part ways

— uit elkaar gaan

part with

— afstand doen van

vaste uitdrukkingen en graden


part and parcel

— onlosmakelijk onderdeel

in part

— gedeeltelijk

for the most part

— grotendeels

technische en professionele combinaties


part of speech

— woordsoort

part-time

— deeltijds

part-time job

— deeltijdbaan

part number

— onderdeelnummer

engine part

— motoronderdeel