Vertaling van pass van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

pass

': pas, passeren, voorbijgaan, doorlopen, doorgang
Transcriptie: [pɑːs]

Woordenboekartikel

verb

  1. passeren (cross)
  2. doorlopen (undergo)
  3. voorbij (go)
  4. doorgeven (transmit)
  5. geschieden (happen)
  6. geven (give)
  7. gaat (be)
  8. slagen
  9. gaan (go)
  10. overgaan (adopt)

noun

  1. pas (stride)
  2. doorgang m (gangway)
  3. pass m (passing)
  4. pasje n
  5. bergpas
  6. vaargeul
  7. reispas
  8. verlofpas
  9. toegangsbewijs
  10. vrijbiljet

Voorbeelden

beweging of doorgang


pass by

— voorbijgaan

pass through

— doorgaan door

pass along

— doorgeven

overdracht of overhandiging


pass the salt

— het zout aangeven

pass someone the ball

— iemand de bal aangeven

pass on the message

— de boodschap doorgeven

examen of goedkeuring


pass an exam

— een examen halen

pass a law

— een wet aannemen

pass a bill

— een wetsvoorstel aannemen

weigering of gemiste kans


pass up

— laten liggen

pass on the offer

— het aanbod afslaan

overlijden of bewustzijnsverlies


pass away

— overlijden

pass out

— flauwvallen

pass on

— overlijden

verantwoordelijkheid afschuiven


pass the buck

— de verantwoordelijkheid afschuiven

pass the blame

— de schuld afschuiven

informatie doorgeven


pass on information

— een ziekte overdragen

pass a disease

— tijd doorbrengen

de tijd doden


pass the time

— het laten passeren

let it pass

— bal doorgeven

een niveau halen


pass the ball

— de bal doorgeven

pass a level

— een niveau halen