Vertaling van passenger van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

passenger

': passagier, inzittende, passagiersboot, voorbijganger
Transcriptie: [ˈpæsɪnʤə]

Woordenboekartikel

noun

  1. passagier m
  2. reiziger m (traveler)
  3. personenauto m (car)
  4. inzittende
  5. passagiersboot
  6. voorbijganger

Voorbeelden

passagier in het vervoer


a train passenger

— een treinpassagier

a bus passenger

— een buspassagier

an airline passenger

— een luchtreiziger

a ferry passenger

— een veerpassagier

passagiersstroom en -vervoer


passenger traffic

— passagiersverkeer

passenger transport

— personenvervoer

passenger numbers

— het aantal passagiers

passenger demand

— reizigersvraag

passagier tijdens de reis


passenger seat

— passagiersstoel

passenger compartment

— passagiersruimte

passenger luggage

— passagiersbagage

passenger ticket

— passagiersticket

passagier in de auto


front-seat passenger

— passagier voorin

passenger side

— passagierszijde

passenger door

— passagiersportier

passenger car

— personenauto

passagier bij een ongeval


passenger safety

— veiligheid van passagiers

passenger injury

— letsel van een passagier

passenger evacuation

— evacuatie van passagiers

passenger complaint

— klacht van een passagier