Vertaling van passing van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

passing

': overlijden, voorbijgaand, het slagen, voorbijgang, het aannemen
Transcriptie: [ˈpɑːsɪŋ]

Woordenboekartikel

noun

  1. passeren (passage)
  2. doorgeven (pass)
  3. passing f
  4. voorbij (pass)
  5. overgaan (pass)
  6. overgang m (transfer)
  7. afleggen (pass)
  8. verloop n (passage)
  9. passage f (passage)
  10. doorgegeven (transfer)

adjective

  1. voorbijgaand
  2. doortrekkend

adverb

  1. zeer
  2. buitengewoon
  3. ongemeen
  4. in hoge mate

Voorbeelden

doorgang


passing through customs

— de douane passeren

passing through a tunnel

— door een tunnel rijden

passing through the checkpoint

— de controlepost passeren

passing through the city

— door de stad rijden

overdracht


passing the ball

— de bal doorgeven

passing a message

— een boodschap doorgeven

passing documents

— documenten overdragen

passing the baton

— het stokje doorgeven

slagen voor examens


passing an exam

— slagen voor een examen

passing the test

— de test halen

passing the course

— de cursus afronden

passing grade

— voldoende cijfer

voorbijgaand


passing traffic

— langsrijdend verkeer

passing train

— passerende trein

passing car

— langsrijdende auto

passing ship

— passerend schip

vluchtigheid


passing moment

— vluchtig moment

in passing

— terloops

passing interest

— vluchtige interesse

passing thought

— vluchtige gedachte