Vertaling van passing van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

passing

': overlijden, voorbijgaand, het slagen, voorbijgang, het aannemen
Transcriptie: [ˈpɑːsɪŋ]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. passeren (passage)
  2. doorgeven (pass)
  3. passing f
  4. voorbij (pass)
  5. overgaan (pass)
  6. overgang m (transfer)
  7. afleggen (pass)
  8. verloop n (passage)
  9. passage f (passage)
  10. doorgegeven (transfer)

adjective

  1. voorbijgaand
  2. doortrekkend

adverb

  1. zeer
  2. buitengewoon
  3. ongemeen
  4. in hoge mate