Vertaling van passport van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

passport

': paspoort, pas, toegang
Transcriptie: [ˈpɑːspɔːt]

Woordenboekartikel

noun

  1. paspoort n (passport holder)
  2. Passport m
  3. pas
  4. toegang

Voorbeelden

document


valid passport

— geldig paspoort

expired passport

— verlopen paspoort

passport number

— paspoortnummer

passport photo

— pasfoto

buitenlands paspoort


passport control

— paspoortcontrole

passport stamp

— paspoortstempel

passport holder

— paspoorthouder

passport renewal

— verlenging van het paspoort

aanvraag


apply for a passport

— een paspoort aanvragen

renew a passport

— een paspoort verlengen

get a passport

— een paspoort krijgen

passport application

— paspoortaanvraag

controle en overlegging


show your passport

— uw paspoort tonen

passport check

— paspoortcontrole

passport inspection

— paspoortinspectie

passport details

— paspoortgegevens