Vertaling van past van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
past
Transcriptie: [pɑːst]
Woordenboekartikel
noun
- verleden n (last)
- afgelopen (last)
- vorig
- vroegere (previous)
- eerdere (previous)
- voorgaande (above)
- verstreken (elapsed time)
- verleden tijd
- het gebeuren
adjective
- voorbij
- geleden
- voorbijgegaan
preposition
- langs
- na
- over
- buiten
Voorbeelden
verleden
in the past
— in het verledenthe past
— het verledenin past years
— in de afgelopen jarenover the past year
— het afgelopen jaarpast week
— afgelopen weekpast midnight
— na middernachtyears past
— vergane jarenrichting of passeren
go past
— voorbijgaanpast the house
— voorbij het huispast the point
— voorbij het puntrun past someone
— iemand iets voorleggenget past
— voorbijgerakenpass by the past
— het verleden achter zich latengrammatica of vorm
past tense
— verleden tijdsimple past
— onvoltooid verleden tijdpast continuous
— verleden tijd (onvoltooid)past perfect
— voltooid verleden tijdpast participle
— voltooid deelwoordpast form
— verleden tijdsvormpersoonlijk verleden, ervaring of relaties
past experience
— eerdere ervaringpast mistakes
— gemaakte foutenpast relationship
— eerdere relatiemy past
— mijn verledenpast life
— vorige levensidiomen of vaste uitdrukkingen
a thing of the past
— een zaak van het verledenpast its prime
— over zijn hoogtepunt heenlet the past be
— laat het verleden rustenpast my bedtime
— na mijn bedtijdtermijnen, financiën of administratie
past due
— achterstalligpast due date
— vervaldatum overschredenpast the deadline
— na de deadline