Vertaling van past van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

past

': verleden, langs, voorbij, na, over
Transcriptie: [pɑːst]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. verleden n (last)
  2. afgelopen (last)
  3. vorig
  4. vroegere (previous)
  5. eerdere (previous)
  6. voorgaande (above)
  7. verstreken (elapsed time)
  8. verleden tijd
  9. het gebeuren

adjective

  1. voorbij
  2. geleden
  3. voorbijgegaan

preposition

  1. langs
  2. na
  3. over
  4. buiten