Vertaling van past participle van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
past participle
Transcriptie: [ˈpɑːst ˈpɑːtɪsəpl]
Voorbeelden
term, vorm
past participle
— voltooid deelwoordpast participle form
— voltooid deelwoordvormpast participle of the verb
— voltooid deelwoord van het werkwoord; vorm van het voltooid deelwoord van het werkwoordregular past participle
— regelmatig voltooid deelwoord; regelmatige vorm van het voltooid deelwoordirregular past participle
— onregelmatig voltooid deelwoord; onregelmatige vorm van het voltooid deelwoordgebruik, functies
past participle used as adjective
— voltooid deelwoord gebruikt als bijvoeglijk naamwoord; voltooid deelwoord als bepalingpast participle modifying the noun
— voltooid deelwoord dat het zelfstandig naamwoord bepaalt; voltooid deelwoord dat het zelfstandig naamwoord wijzigtpast participle clause
— voltooid deelwoordelijke bepaling; voltooid deelwoordelijke zinmet hulpwerkwoorden of tijden
past participle with have
— voltooid deelwoord met have voor de voltooide tijden; voltooid deelwoord met havepast participle with be
— voltooid deelwoord met zijn voor de lijdende vorm; voltooid deelwoord met zijnpast participle in passive voice
— voltooid deelwoord in de lijdende vormpast participle in perfect tenses
— voltooid deelwoord in de voltooide tijdenvoorbeelden met afzonderlijke werkwoorden of vormen
past participle of eat (eaten)
— voltooid deelwoord van eat (eaten)past participle of go (gone)
— voltooid deelwoord van go (gone)past participle of write (written)
— voltooid deelwoord van write (written)past participle of break (broken)
— voltooid deelwoord van break (broken)past participle of walk (walked)
— voltooid deelwoord van walk (walked)