Vertaling van pastor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

pastor

': pastoor, zielenherder, zielverzorger
Transcriptie: [ˈpɑːstə]

Woordenboekartikel

noun

  1. pastoor m (priest, preacher, parish priest)
  2. pastor m
  3. predikant m
  4. priester m
  5. preker m
  6. voorganger m
  7. zielenherder
  8. zielverzorger

Voorbeelden

kerkdienaar


a pastor of a church

— een pastoor van een kerk

the local pastor

— de plaatselijke pastoor

pastor and congregation

— pastoor en gemeente

the pastor's sermon

— de preek van de pastoor

geestelijke leiding


serve as pastor

— als pastoor dienen

pastor a flock

— de kudde weiden

pastor the church

— de kerk leiden

pastor a community

— een gemeente geestelijk verzorgen

aanspreekvorm en functie


Pastor John

— pastoor Jan

call the pastor

— de pastoor roepen

meet with the pastor

— met de pastoor afspreken

the pastor's office

— het kantoor van de pastoor