Vertaling van pastor van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
pastor
Transcriptie: [ˈpɑːstə]
Woordenboekartikel
noun
- pastoor m (priest, preacher, parish priest)
- pastor m
- predikant m
- priester m
- preker m
- voorganger m
- zielenherder
- zielverzorger
Voorbeelden
kerkdienaar
a pastor of a church
— een pastoor van een kerkthe local pastor
— de plaatselijke pastoorpastor and congregation
— pastoor en gemeentethe pastor's sermon
— de preek van de pastoorgeestelijke leiding
serve as pastor
— als pastoor dienenpastor a flock
— de kudde weidenpastor the church
— de kerk leidenpastor a community
— een gemeente geestelijk verzorgenaanspreekvorm en functie
Pastor John
— pastoor Jancall the pastor
— de pastoor roepenmeet with the pastor
— met de pastoor afsprekenthe pastor's office
— het kantoor van de pastoor