Vertaling van period van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

period

': periode, termijn, tijd, tijdvak, duur
Transcriptie: [ˈpɪərɪəd]

Woordenboekartikel

noun

  1. periode f (time, term, interval, menstruation, duration)
  2. termijn m
  3. tijdvak n
  4. menstruatie f
  5. tijd m (time, era)
  6. tijdperk n
  7. tijdsperiode f
  8. looptijd m
  9. tijdspanne f
  10. tijdsbestek n

adjective

  1. behorend tot een bepaalde tijd

Voorbeelden

tijdsperiode, interval


period of time

— periode van tijd

grace period

— respijtperiode

trial period

— proefperiode

transition period

— overgangsperiode

recovery period

— herstelperiode

holiday period

— vakantieperiode

waiting period

— wachttijd

dormant period

— rustperiode

menstruatie, ongesteldheid


menstrual period

— menstruatie

period pain

— menstruatiepijn

heavy periods

— hevig menstrueel bloedverlies

irregular periods

— onregelmatige menstruatie

missed period

— gemiste menstruatie

start of period

— begin van de menstruatie

punctie, punt


period at the end of a sentence

— punt aan het einde van een zin

put a period

— een punt zetten

end with a period

— met een punt eindigen

press the period key

— op de punttoets drukken

use a period

— een punt gebruiken

lesuur, les


class period

— lesuur

first period

— eerste lesuur

period bell

— bel voor de les

periode, cyclus


period of oscillation

— oscillatieperiode

rotation period

— rotatieperiode

period of a wave

— golfperiode

periodic phenomenon

— periodiek verschijnsel

historische context, genre


period drama

— periodedrama

period piece

— kostuumdrama

financiën, regeling


blackout period

— bevriezingsperiode

reporting period

— verslagperiode

overige betekenissen


end of period

— einde van de periode

period

— punt, en daarmee uit