Vertaling van pick van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

pick

': keuze, kiezen, plukken, pikken, oppikken
Transcriptie: [pɪk]

Woordenboekartikel

verb

  1. kiezen (choose)
  2. plukken (gather)
  3. oppikken (pick up)
  4. pick f (picking)
  5. halen (retrieve)
  6. kies (choose)
  7. selecteren
  8. ophalen (collect)
  9. opgehaald (collect)
  10. pakken (pack)

noun

  1. keuze f (choose)
  2. oogst m (harvest)
  3. pluk
  4. keus
  5. het beste
  6. houweel
  7. tandenstoker
  8. punthouweel
  9. pikhamer
  10. haaksleutel

Voorbeelden

kiezen, bepalen


pick a card

— een kaart trekken

pick a winner

— een winnaar kiezen

pick a date

— een datum vaststellen; een datum kiezen

pick the best option

— de beste optie kiezen

pick one's battles

— je strijd kiezen; beslissen waar je voor vecht

oppakken, ophalen, meenemen


pick up the phone

— de telefoon opnemen

pick up a stone

— een steen optillen

pick up the pieces

— de scherven bij elkaar rapen; herstellen van een tegenslag

pick up speed

— snelheid opbouwen

pick up English

— Engels leren oppikken

turen, doorzoeken, eten zonder trek


pick at food

— in het eten peuteren; zonder trek eten

pick through the papers

— de papieren doorzoeken

pick at a scab

— aan een korstje peuteren; genezing verstoren

treiteren, uitdagen, zakkenrollen


pick on someone

— iemand pesten; iemand treiteren

pick a fight

— ruzie zoeken; een conflict uitlokken

pick someone's pocket

— iemands zak rollen; iemand beroven

afknallen, plukken, uitkiezen


pick off targets

— doelen uitschakelen; doelen neerhalen

pick fruit

— fruit plukken; vruchten oogsten

pick out a tune

— een deuntje meefluiten; een melodie naspelen

pick out clothes

— kleding uitkiezen

uitdrukkingen, vaste verbindingen


pick someone's brain

— iemand uithoren; iemands kennis gebruiken

pick up the tab

— de rekening betalen; voor iedereen betalen

pick and choose

— kiezen en selecteren; kieskeurig zijn

pick holes in an argument

— gaten in een betoog schieten; kritiek hebben op argumenten

instrument, voorwerp, kleine dingen


guitar pick

— gitaar plectrum

pick me up

— oppepper; een drankje of gebeurtenis die de moed erin houdt

toothpick

— tandenstoker; tandenstokertje