Vertaling van piper van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

piper

': pijper, doedelzakspeler, fluitspeler, dampig paard
Transcriptie: [ˈpaɪpə]

Woordenboekartikel

noun

  1. Piper m
  2. pijper
  3. doedelzakspeler
  4. fluitspeler
  5. dampig paard

Voorbeelden

beroep of bezigheid


bagpiper

— doedelzakspeler

piper

— doedelzakspeler; fluitspeler

street piper

— straatmuzikant

piper's tune

— melodie van een doedelzakspeler; melodie van een trompettist

uitdrukkingen of gezegden


pay the piper

— de rekening betalen; betalen

dance to the piper's tune

— naar iemands pijpen dansen; handelen naar iemands aanwijzingen

he who pays the piper calls the tune

— wie betaalt, bepaalt

eigennamen of merken


Pied Piper

— Pieter de Fluitspeler; fluitspeler van Hamelen

Piper Chapman

— Piper Chapman

Piper Aircraft

— vliegtuigfabrikant Piper; fabrikant van licht vliegtuigen Piper

biologie of botanie


Piper nigrum

— zwarte peper

Piper betle

— betel; betelbladeren

Piperaceae

— peperfamilie

cultuur, literatuur of muziek


Piper at the Gates of Dawn

— Piper at the Gates of Dawn; Piper aan de poorten van de dageraad

The Pied Piper of Hamelin

— De rattenvanger van Hamelen; fluitspeler van Hamelen

piper song

— lied van een fluitspeler; melodie van een fluitspeler