Vertaling van plane van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

plane

': vliegtuig, vlak, niveau, plan, plataan
Transcriptie: [pleɪn]

Woordenboekartikel

noun

  1. vliegtuig n (aircraft, surface, flight)
  2. vlak n
  3. vliegtuigje n
  4. vlucht f
  5. vliegticket n
  6. vlakke (planar)
  7. dimensie f (dimension)
  8. plat
  9. niveau
  10. plan

verb

  1. schaven
  2. dalen
  3. beschaven
  4. glijden van vliegtuig
  5. vliegen met vliegtuig

adjective

  1. effen

Voorbeelden

vervoer per vliegtuig


plane

— vliegtuig

on the plane

— in het vliegtuig

get on the plane

— in het vliegtuig stappen; aan boord van het vliegtuig gaan

get off the plane

— uit het vliegtuig stappen; van het vliegtuig afgaan

plane ticket

— vliegticket

one-way plane ticket

— enkele reis vliegticket; vliegticket enkele reis

round-trip plane ticket

— retourvliegticket; heen-en-terug vliegticket

plane crash

— vliegtuigcrash; vliegramp

plane landing

— landing van het vliegtuig; vliegtuiglanding

plane takeoff

— start van het vliegtuig; vliegtuigstart

cargo plane

— vrachtvliegtuig

passenger plane

— passagiersvliegtuig

private plane

— privévliegtuig

commercial plane

— commercieel vliegtuig

handgereedschap: schaaf of schaven


hand plane

— handschaaf

wood plane

— houtschaaf

to plane wood

— hout schaven; hout effenen

to plane down

— afschaven; gladschaven tot een vlak oppervlak

meetkunde: vlak


plane

— vlak

plane geometry

— vlakke meetkunde; planimetrie

plane figure

— vlakke figuur; figuur in het vlak

plane of symmetry

— symmetrievlak

xy-plane

— xy-vlak

plane equation

— vlakvergelijking

niveau, sfeer of bestaansvlak


plane of existence

— bestaansniveau; levensvlak

spiritual plane

— geestelijk vlak; spirituele sfeer

astral plane

— astraal vlak; astrale sfeer

higher plane

— hoger vlak; hoger bestaansniveau

beweging: zweven, glijden of planeren


to plane

— zweven; planeren; over het water glijden (van boot of vliegtuig)

to plane across the water

— over het wateroppervlak glijden; in plané gaan (van een boot)

plane out

— uitvlakken; stabiliseren in de vlucht