Vertaling van planted van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

planted

': planten, beplanten, aanplanten, vestigen, poten
Transcriptie: [ˈplɑːntɪd]

Woordenboekartikel

participle

  1. geplant
  2. plantten

adjective

  1. planten (plant life)

verb

  1. beplanten
  2. aanplanten
  3. vestigen
  4. poten
  5. stichten
  6. opzetten
  7. aanleggen
  8. toebrengen
  9. begraven
  10. plaatsen

Voorbeelden

over planten en aanplant


planted trees

— geplante bomen

planted flowers

— geplante bloemen

planted crops

— geplante gewassen

recently planted

— onlangs geplant

over grond en percelen


planted field

— bebouwd veld

planted garden

— aangelegde tuin

densely planted area

— dicht beplant gebied

heavily planted slope

— dicht beplante helling

over ingebrachte voorwerpen


planted teeth

— geplaatste tanden

planted gems

— gezette stenen

planted spikes

— bevestigde pinnen

planted stakes

— geslagen palen

over geïnfiltreerde personen en zaken


planted informer

— geplaatste informant

planted spy

— geplaatste spion

planted evidence

— geplaatst bewijs

planted witness

— geplaatste getuige