Vertaling van play van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

play

': spelen, spel, toneelstuk, speling, bespelen
Transcriptie: [pleɪ]

Woordenboekartikel

verb

  1. spelen (perform, playback)
  2. bespelen
  3. afspelen
  4. afgespeeld (playback)
  5. speelbaar
  6. speel m
  7. spelletje n
  8. beluisteren (hear)
  9. laten spelen
  10. uitspelen

noun

  1. spel n (game)
  2. game m
  3. Play m
  4. weergave f (playback)
  5. vervullen (perform)
  6. partijtje n
  7. toneelstuk
  8. speling
  9. speelruimte
  10. manier van spelen

Voorbeelden

een instrument bespelen


play the piano

— piano spelen

play the guitar

— gitaar spelen

play the violin

— viool spelen

play an instrument

— een instrument bespelen

sport, spelletjes en amusement


play football

— voetballen

play chess

— schaken

play cards

— kaarten

play video games

— computerspelletjes spelen

play a game

— een spel spelen

theater, film of optreden


play a role

— een rol spelen

play the lead

— de hoofdrol spelen; de hoofdrol vertolken

play on stage

— op het podium optreden

play a character

— een personage spelen

gedrag, voorwenden of tactiek


play along

— meespelen; doen alsof je het ermee eens bent

play hard to get

— doen alsof je niet geïnteresseerd bent

play it cool

— koel blijven; rustig blijven

play dirty

— oneerlijk spelen; vuile trucjes gebruiken

play for time

— tijd rekken; tijd winnen

geluid, opname of weergave


play back

— afspelen; een opname afspelen

play a recording

— een opname afspelen

play on the radio

— op de radio klinken; op de radio worden uitgezonden

kinderlijk spel, identificatiespelletjes


play with

— spelen met; prutsen aan

play house

— huisje spelen

play pretend

— doen alsof

phrasal verbs, interactie en manipulatie


play down

— bagatelliseren; kleineren

play up

— benadrukken; versterken; haperen (van apparatuur)

play off

— tegen elkaar uitspelen; play-offs organiseren

play on

— inspelen op (iemands) emoties; gebruikmaken van

rollen, relaties of sociale situaties


play second fiddle

— de tweede viool spelen; een ondergeschikte rol spelen

play by the rules

— volgens de regels handelen; de regels volgen

play with fire

— met vuur spelen; risico nemen