Vertaling van plug van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

plug

': plug, stekker, stop, steker, prop
Transcriptie: [plʌg]

Woordenboekartikel

verb

  1. plug m
  2. sluiten (connect)
  3. steek (attach)
  4. aansluiten (connection)
  5. pluggen
  6. vullen
  7. dichtstoppen
  8. plomberen
  9. tamponneren
  10. oplawaai geven

noun

  1. stekker m (disconnect)
  2. plugin f
  3. aansluiting f (connector)
  4. dichten
  5. stop
  6. steker
  7. prop
  8. bougie
  9. contactstop
  10. pin

Voorbeelden

fysieke stekker of stekker


plug

— stekker

electrical plug

— elektrische stekker

usb plug

— usb-stekker

earplug

— oorplug

sink plug

— afvoerplug

plug adapter

— stekkeradapter

aansluiten, in het stopcontact steken


plug in

— insteken

plug into

— aansluiten op

plug in a device

— een apparaat aansluiten

plug into the mains

— op het stroomnet aansluiten

dichtstoppen, afsluiten, een opening dichten


plug a leak

— een lek dichten

plug the drain

— de afvoer dichtstoppen

plug the hole

— het gat dichten

plug up

— dichtstoppen, verstoppen

reclame, promotie


product plug

— productplug

to plug a product

— een product promoten

television plug

— televisiereclame

idiomen of informele uitdrukkingen


pull the plug

— de stekker eruit trekken

plug away

— doorzetten

plug and play

— plug-and-play

unplug

— loskoppelen

informeel, geweld


to plug someone

— iemand neerschieten

get plugged

— neergeschoten worden