Vertaling van plunder van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

plunder

': plunderen, buit, beroven, roven, uitplunderen
Transcriptie: [ˈplʌndə]

Woordenboekartikel

verb

  1. plunderen (rob)
  2. beroven
  3. roven
  4. uitplunderen
  5. buitmaken
  6. bestelen
  7. stropen

noun

  1. buit m (loot)
  2. plundering f (looting)
  3. huisraad
  4. winst
  5. bagage

Voorbeelden

oorlogsplundering; plundering


plunder a city

— een stad plunderen

plunder the village

— het dorp plunderen

plundered the town

— de stad plunderden

war plunder

— oorlogsbuit; krijgsbuit

pillage and plunder

— plunderen en roven

uitbuiting van natuurlijke hulpbronnen; verkwisting


plunder natural resources

— natuurlijke hulpbronnen uitbuiten; natuurlijke rijkdommen verkwisten

plunder the forests

— de bossen rooien; de bosrijkdommen plunderen

plunder the fisheries

— de visbestanden uitputten; de visrijkdommen plunderen

plunder mineral wealth

— delfstoffen plunderen; de minerale rijkdommen verkwisten

financiële verduistering; het verduisteren van gelden


plunder the coffers

— de schatkist plunderen; de kas leegroven

plunder public funds

— overheidsgelden verduisteren; publieke middelen verkwisten

plunder the treasury

— de schatkist plunderen; de staatskas leegroven

plunder someone's savings

— iemands spaargeld verduisteren; andermans spaargeld zich toe-eigenen

plundering van cultureel erfgoed; roof van monumenten


plunder archaeological sites

— archeologische vindplaatsen plunderen; opgravingen beroven

plunder museum collections

— museumcollecties plunderen; collecties roven

plunder cultural heritage

— cultureel erfgoed plunderen; cultuurgoederen roven

vaste verbindingen; beschrijvende uitdrukkingen


plundered goods

— geroofde goederen; buitgemaakte zaken

ill-gotten plunder

— onrechtmatig verkregen goed; illegaal verkregen buit

spoil and plunder

— buit en plundering; roof en buit

the spoils of war

— de oorlogsbuit; de krijgsbuit