Vertaling van possession van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

possession

': bezit, bezitting, eigendom, bezetenheid
Transcriptie: [pəˈzeʃn]

Woordenboekartikel

noun

  1. bezit n (ownership)
  2. bezitting f (inheritance)
  3. eigendom n (ownership)
  4. bezitten (ownership)
  5. spullen m
  6. bezetenheid

Voorbeelden

bezit of eigendom


in possession of

— in bezit van

in someone's possession

— in iemands bezit

personal possessions

— persoonlijke bezittingen

joint possession

— gezamenlijk bezit

sole possession

— exclusief bezit

possession of land

— grondeigendom

come into possession of

— in bezit komen van

verkrijging of verlies van bezit


take possession of

— bezit nemen van

take legal possession

— wettelijk bezit nemen

lose possession of

— bezit verliezen

maintain possession

— bezit behouden

transfer of possession

— overdracht van bezit

strafbaar bezit of inbeslagname


possession of illegal drugs

— bezit van illegale drugs

illegal possession

— illegaal bezit

possession charges

— aanklachten wegens bezit

forfeiture of possession

— verbeurdverklaring van bezit

sport of balbezit


possession of the ball

— balbezit

ball possession

— balbezit

retain possession

— balbezit behouden

lose possession

— balbezit verliezen

bezettenheid of toestand


demonic possession

— demonische bezetenheid

spiritual possession

— spirituele bezetenheid

state of possession

— staat van bezetenheid

juridische termen of spreekwoorden


adverse possession

— verkrijgende verjaring

constructive possession

— constructief bezit

actual possession

— feitelijk bezit

exclusive possession

— exclusief bezit

possession is nine-tenths of the law

— bezit is negen tiende van de wet