Vertaling van postal van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
postal
Transcriptie: [ˈpəʊstl]
Woordenboekartikel
noun
- post f (post)
- postkantoor n
- brief
- poststuk
- briefkaart
adjective
- post-
- van de post
Voorbeelden
postdienst en bezorging
postal service
— postdienst; bezorgdienstpostal delivery
— postbezorging; bezorging van postpostal worker
— postbode; postbeambtepostal carrier
— postbode; bestellerpostal clerk
— postklerk; postbeambtepostal van
— postwagen; postautopostal route
— postroutepostal parcel
— postpakket; postzendingpostal packet
— postpakket; postzendingpostal stamp
— postzegeladressering en postcodes
postal address
— postadrespostal code
— postcode; postindexpostal zone
— postzonetarieven, betalingen en financiële zaken
postal rate
— posttarief; tarief voor verzendingpostal charge
— port; verzendkostenpostal order
— postwissel; postchequepostal money order
— postwissel; postorderpostal savings
— spaarzaamheid per post; postspaarpostal savings bank
— postspaarbankbestuurlijke en organisatorische termen
postal regulation
— postregelgeving; postvoorschriftenpostal system
— poststelsel; postsysteempostal inspector
— postinspecteurpostal reform
— posthervorming; hervorming van de postpostal strike
— poststaking; staking bij de poststemmen per post; verkiezingen per post
postal vote
— stemmen per post; briefstempostal ballot
— stembiljet per post; briefstembiljetidiomen en informele uitdrukkingen
go postal
— door het lint gaan; doordraaiengeschiedenis, musea en verzamelen
postal history
— postgeschiedenis; postale geschiedenispostal museum
— postmuseum