Vertaling van postal van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

postal

': post-, brief, poststuk, van de post, briefkaart
Transcriptie: [ˈpəʊstl]

Woordenboekartikel

noun

  1. post f (post)
  2. postkantoor n
  3. brief
  4. poststuk
  5. briefkaart

adjective

  1. post-
  2. van de post

Voorbeelden

postdienst en bezorging


postal service

— postdienst; bezorgdienst

postal delivery

— postbezorging; bezorging van post

postal worker

— postbode; postbeambte

postal carrier

— postbode; besteller

postal clerk

— postklerk; postbeambte

postal van

— postwagen; postauto

postal route

— postroute

postal parcel

— postpakket; postzending

postal packet

— postpakket; postzending

postal stamp

— postzegel

adressering en postcodes


postal address

— postadres

postal code

— postcode; postindex

postal zone

— postzone

tarieven, betalingen en financiële zaken


postal rate

— posttarief; tarief voor verzending

postal charge

— port; verzendkosten

postal order

— postwissel; postcheque

postal money order

— postwissel; postorder

postal savings

— spaarzaamheid per post; postspaar

postal savings bank

— postspaarbank

bestuurlijke en organisatorische termen


postal regulation

— postregelgeving; postvoorschriften

postal system

— poststelsel; postsysteem

postal inspector

— postinspecteur

postal reform

— posthervorming; hervorming van de post

postal strike

— poststaking; staking bij de post

stemmen per post; verkiezingen per post


postal vote

— stemmen per post; briefstem

postal ballot

— stembiljet per post; briefstembiljet

idiomen en informele uitdrukkingen


go postal

— door het lint gaan; doordraaien

geschiedenis, musea en verzamelen


postal history

— postgeschiedenis; postale geschiedenis

postal museum

— postmuseum