Vertaling van practice van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

practice

': praktijk, oefenen, beoefenen, uitoefenen, beoefening
Transcriptie: [ˈpræktɪs]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. praktijk f (practise, tradition)
  2. uitoefening f (practise)
  3. practice f
  4. gewoonte f
  5. oefening f (practise)
  6. oefenvorm m
  7. werkwijze f (procedure)
  8. methode f (method)
  9. techniek f
  10. training f (exercise)

verb

  1. oefenen (practise)
  2. beoefenen
  3. uitoefenen (practise)
  4. praktizeren (practise)
  5. toepassen
  6. in praktijk brengen
  7. doorvoeren
  8. instuderen
  9. aanwenden
  10. in toepassing brengen