Vertaling van practising van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

practising

': oefenen, beoefenen, uitoefenen, toepassen, in praktijk brengen
Transcriptie: [ˈpræktɪsɪŋ]

Woordenboekartikel

participle

  1. praktiserend

verb

  1. oefenen
  2. beoefenen
  3. uitoefenen
  4. toepassen
  5. in praktijk brengen
  6. doorvoeren
  7. instuderen
  8. aanwenden
  9. in toepassing brengen
  10. zich oefenen in

Voorbeelden

oefenen van een vaardigheid of training


practising a skill

— een vaardigheid oefenen

practising scales

— toonladders oefenen

practising yoga

— yoga beoefenen

practising mindfulness

— mindfulness beoefenen

practising free throws

— vrije worpen oefenen

beroepsuitoefening of beroep


practising doctor

— praktiserend arts

practising lawyer

— praktiserend advocaat

practising nurse

— praktiserend verpleegkundige

practising architect

— praktiserend architect

tekst repeteren


practising lines

— repeteren voor een concert

practising for a concert

— een nummer instuderen

practising a routine

— regelmatig oefenen

dagelijks oefenen


practising regularly

— consistent oefenen

practising daily

— eerlijkheid betrachten

practising consistently

— matigheid betrachten

geduld oefenen


practising honesty

— in een kliniek werken

practising moderation

— onder supervisie werken

practising patience

— geneeskunde uitoefenen op het platteland

oefenen op echte patiënten


practising in a clinic

— praktiserend katholiek

practising under supervision

— praktiserend moslim

practising medicine in rural areas

— praktiserend jood

practising on real patients

— doen wat je predikt

rechtspraktijk combineren met lesgeven


practising Catholic

— praktijkcertificaat

practising Muslim

— praktiserend moslim

practising Jew

— praktiserend jood

idiomen en vaste uitdrukkingen


practising what you preach

— doen wat je predikt

practising law and teaching

— rechtspraktijk combineren met lesgeven

documenten of vergunningen voor de uitoefening van een beroep


practising certificate

— beroepscertificaat