Vertaling van practitioner van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

practitioner

': beoefenaar, man van de praktijk, praktizerend geneesheer
Transcriptie: [prækˈtɪʃnə]

Woordenboekartikel

noun

  1. beoefenaar m (cultivator, practice, expert)
  2. praktijk f
  3. vakman m
  4. arts m (therapist, therapeutist, provider)
  5. therapeut m
  6. zorgverlener m
  7. behandelaar m (clinician)
  8. Praktijkbeoefenaar m
  9. professional m (expert)
  10. man van de praktijk

Voorbeelden

medische praktijk, gezondheidszorg


medical practitioner

— arts; medisch werker

general practitioner

— huisarts; arts voor algemene praktijk

nurse practitioner

— praktiserend verpleegkundige; verpleegkundig specialist

dental practitioner

— tandarts; tandheelkundig behandelaar

primary care practitioner

— eerstelijnszorgverlener; arts in de eerste lijn

healthcare practitioner

— zorgverlener; medisch professional

mental health practitioner

— geestelijk gezondheidszorgverlener; praktijkbeoefenaar in de geestelijke gezondheidszorg

juridische praktijk, recht


legal practitioner

— praktiserend jurist; advocaat

practitioner of law

— praktiserend jurist; rechtskundig specialist

licensed practitioner

— gekwalificeerde professional; bevoegd beoefenaar

alternatieve geneeskunde, spirituele praktijk


alternative medicine practitioner

— beoefenaar van alternatieve geneeskunde; praktijkbeoefenaar van alternatieve geneeskunde

spiritual practitioner

— spiritueel beoefenaar; beoefenaar van spirituele praktijken

yoga practitioner

— yogabeoefenaar; yogi

energy healing practitioner

— beoefenaar van energie genezing; specialist in energie genezing

professionele ontwikkeling, ervaring


experienced practitioner

— ervaren beoefenaar; ervaren specialist

novice practitioner

— beginnend beoefenaar; nieuwkomer in het vak

seasoned practitioner

— doorgewinterde beoefenaar; ervaren specialist

onderwijs, klinische en wetenschappelijke activiteit


clinical practitioner

— klinisch beoefenaar; klinisch specialist

practitioner researcher

— praktijkonderzoeker; onderzoeker in de praktijk

practitioner educator

— praktijkdocent; docent praktijk

bedrijf, technologie en management


it practitioner

— ict-specialist; it-praktijkbeoefenaar

business practitioner

— bedrijfskundig beoefenaar; specialist in bedrijfspraktijken

independent practitioner

— zelfstandig beoefenaar; vrijgevestigd specialist

risk management practitioner

— risicomanagementbeoefenaar; specialist in risicomanagement