Vertaling van practitioner van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
practitioner
Woordenboekartikel
noun
- beoefenaar m (cultivator, practice, expert)
- praktijk f
- vakman m
- arts m (therapist, therapeutist, provider)
- therapeut m
- zorgverlener m
- behandelaar m (clinician)
- Praktijkbeoefenaar m
- professional m (expert)
- man van de praktijk
Voorbeelden
medische praktijk, gezondheidszorg
medical practitioner
— arts; medisch werkergeneral practitioner
— huisarts; arts voor algemene praktijknurse practitioner
— praktiserend verpleegkundige; verpleegkundig specialistdental practitioner
— tandarts; tandheelkundig behandelaarprimary care practitioner
— eerstelijnszorgverlener; arts in de eerste lijnhealthcare practitioner
— zorgverlener; medisch professionalmental health practitioner
— geestelijk gezondheidszorgverlener; praktijkbeoefenaar in de geestelijke gezondheidszorgjuridische praktijk, recht
legal practitioner
— praktiserend jurist; advocaatpractitioner of law
— praktiserend jurist; rechtskundig specialistlicensed practitioner
— gekwalificeerde professional; bevoegd beoefenaaralternatieve geneeskunde, spirituele praktijk
alternative medicine practitioner
— beoefenaar van alternatieve geneeskunde; praktijkbeoefenaar van alternatieve geneeskundespiritual practitioner
— spiritueel beoefenaar; beoefenaar van spirituele praktijkenyoga practitioner
— yogabeoefenaar; yogienergy healing practitioner
— beoefenaar van energie genezing; specialist in energie genezingprofessionele ontwikkeling, ervaring
experienced practitioner
— ervaren beoefenaar; ervaren specialistnovice practitioner
— beginnend beoefenaar; nieuwkomer in het vakseasoned practitioner
— doorgewinterde beoefenaar; ervaren specialistonderwijs, klinische en wetenschappelijke activiteit
clinical practitioner
— klinisch beoefenaar; klinisch specialistpractitioner researcher
— praktijkonderzoeker; onderzoeker in de praktijkpractitioner educator
— praktijkdocent; docent praktijkbedrijf, technologie en management
it practitioner
— ict-specialist; it-praktijkbeoefenaarbusiness practitioner
— bedrijfskundig beoefenaar; specialist in bedrijfspraktijkenindependent practitioner
— zelfstandig beoefenaar; vrijgevestigd specialistrisk management practitioner
— risicomanagementbeoefenaar; specialist in risicomanagement