Vertaling van preacher van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
preacher
Transcriptie: [ˈpriːʧə]
Woordenboekartikel
noun
- prediker m (Ecclesiastes, priest, pastor)
- predikant m
- preker m
- priester m
- dominee m
- kanselredenaar
Voorbeelden
rol of beroep
preacher
— predikeritinerant preacher
— rondreizend prediker; zwervend predikerstreet preacher
— straatpredikerchurch preacher
— kerkpredikercamp preacher
— tentprediker; prediker op een kerkkampbeschrijving of karakterisering
fiery preacher
— vurig prediker; fel predikercharismatic preacher
— charismatisch predikercontroversial preacher
— omstreden prediker; controversieel predikeryoung preacher
— jonge predikerold preacher
— oude predikerplaats of context van activiteit
preacher in the pulpit
— prediker op de kanselprison preacher
— gevangenispredikerhospital preacher
— ziekenhuisprediker; hospitaalpredikerpreacher at a revival
— prediker tijdens een opwekking; prediker tijdens een evangelisatiebijeenkomstrelaties of verbondenheid
preacher's wife
— vrouw van de predikerpreacher's daughter
— dochter van de predikerpreacher's son
— zoon van de predikerpreacher's sermon
— preek van de predikerreligieuze rol of titel
preacher of the gospel
— prediker van het evangeliepreacher of righteousness
— prediker van de gerechtigheidcountry preacher
— dorpsprediker; plattelandspredikeruitdrukkingen of spreektaal
preacher man
— prediker (informele aanspreekvorm)old-time preacher
— ouderwetse prediker; prediker van de oude stempel