Vertaling van preacher van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

preacher

': prediker, predikant, kanselredenaar
Transcriptie: [ˈpriːʧə]

Woordenboekartikel

noun

  1. prediker m (Ecclesiastes, priest, pastor)
  2. predikant m
  3. preker m
  4. priester m
  5. dominee m
  6. kanselredenaar

Voorbeelden

rol of beroep


preacher

— prediker

itinerant preacher

— rondreizend prediker; zwervend prediker

street preacher

— straatprediker

church preacher

— kerkprediker

camp preacher

— tentprediker; prediker op een kerkkamp

beschrijving of karakterisering


fiery preacher

— vurig prediker; fel prediker

charismatic preacher

— charismatisch prediker

controversial preacher

— omstreden prediker; controversieel prediker

young preacher

— jonge prediker

old preacher

— oude prediker

plaats of context van activiteit


preacher in the pulpit

— prediker op de kansel

prison preacher

— gevangenisprediker

hospital preacher

— ziekenhuisprediker; hospitaalprediker

preacher at a revival

— prediker tijdens een opwekking; prediker tijdens een evangelisatiebijeenkomst

relaties of verbondenheid


preacher's wife

— vrouw van de prediker

preacher's daughter

— dochter van de prediker

preacher's son

— zoon van de prediker

preacher's sermon

— preek van de prediker

religieuze rol of titel


preacher of the gospel

— prediker van het evangelie

preacher of righteousness

— prediker van de gerechtigheid

country preacher

— dorpsprediker; plattelandsprediker

uitdrukkingen of spreektaal


preacher man

— prediker (informele aanspreekvorm)

old-time preacher

— ouderwetse prediker; prediker van de oude stempel