Vertaling van predict van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

predict

': voorspellen, voorzeggen
Transcriptie: [prɪˈdɪkt]

Woordenboekartikel

verb

  1. voorspellen (forecast)
  2. voorspeld (forecast)
  3. voorspelling f (forecast)
  4. prognose f
  5. voorspelbaar
  6. voorzeggen

Voorbeelden

weer of klimaat


predict the weather

— het weer voorspellen

predict heavy rain

— zware regen voorspellen

predict a storm

— een storm voorspellen

predict seasonal patterns

— seizoenspatronen voorspellen

geneeskunde of gezondheid


predict disease progression

— ziekteprogressie voorspellen

predict patient outcomes

— patiëntuitkomsten voorspellen

predict an outbreak

— een uitbraak voorspellen

predict treatment response

— behandelrespons voorspellen

wetenschap, onderzoek of experimenten


predict the results

— de resultaten voorspellen

predict behavior

— gedrag voorspellen

predict experimental outcomes

— experimentele uitkomsten voorspellen

predict a trend

— een trend voorspellen

financiën of economie


predict market trends

— markttrends voorspellen

predict stock prices

— aandelenkoersen voorspellen

predict economic growth

— economische groei voorspellen

predict consumer demand

— consumentenvraag voorspellen

machine learning, statistiek of modellen


predict with a model

— met een model voorspellen

predict probabilities

— kansen voorspellen

predict future values

— toekomstige waarden voorspellen

predict outcomes from data

— uitkomsten uit data voorspellen

dagelijks gebruik of gebeurtenissen


predict the future

— de toekomst voorspellen

predict someone's reaction

— iemands reactie voorspellen

predict that the meeting will be canceled

— voorspellen dat de vergadering wordt geannuleerd

predict a failure

— een mislukking voorspellen