Vertaling van predictor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

predictor

': predictor
Transcriptie: [prɪˈdɪktə]

Woordenboekartikel

noun

  1. voorspeller m
  2. predictor

Voorbeelden

algemene voorspeller


a good predictor

— een goede voorspeller

a reliable predictor

— een betrouwbare voorspeller

a strong predictor

— een sterke voorspeller

a poor predictor

— een slechte voorspeller

statistiek en analyse


a predictor variable

— een voorspellende variabele

a predictor model

— een voorspellend model

a predictor of risk

— een voorspeller van risico

a predictor of success

— een voorspeller van succes

kenmerk en indicator


a predictor of disease

— een voorspeller van ziekte

a predictor of performance

— een indicator van prestaties

a predictor of failure

— een voorspeller van falen

a predictor of behavior

— een voorspeller van gedrag

het voorspellen van gebeurtenissen


a weather predictor

— een weersvoorspeller

a market predictor

— een marktvoorspeller

a trend predictor

— een trendvoorspeller

a predictor of change

— een voorspeller van verandering