Vertaling van premiership van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

premiership

': ambt van eerste minister
Transcriptie: [ˈpremɪəʃɪp]

Woordenboekartikel

noun

  1. premierschap n
  2. premier m (premier)
  3. ambt van eerste minister

Voorbeelden

ambt van eerste minister


win the premiership

— het ambt van eerste minister winnen

hold the premiership

— het ambt van eerste minister bekleden

assume the premiership

— het ambt van eerste minister aanvaarden

the premiership of the country

— het ambt van eerste minister van het land

ambtstermijn


during his premiership

— tijdens zijn ambtstermijn

under her premiership

— onder haar ambtstermijn

a short premiership

— een korte ambtstermijn

the end of his premiership

— het einde van zijn ambtstermijn

regeringsperiode


the premiership was marked by reforms

— de regeringsperiode werd gekenmerkt door hervormingen

a controversial premiership

— een omstreden regeringsperiode

the first year of her premiership

— het eerste jaar van haar regeringsperiode

throughout his premiership

— gedurende zijn hele regeringsperiode