Vertaling van prick van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

prick

': prik, lul, prikken, pik, leuter
Transcriptie: [prɪk]

Woordenboekartikel

verb

  1. prik n (pierce)
  2. prikken (pierce)
  3. verspenen n
  4. doorprikken
  5. steken
  6. prikkelen
  7. opensteken
  8. doorsteken
  9. knagen
  10. de sporen geven

noun

  1. geprikt
  2. Prick m
  3. lul
  4. pik
  5. leuter
  6. snikkel
  7. penis
  8. stekel
  9. prikkel
  10. jongeheer

Voorbeelden

fysieke prik, steek


a prick on the finger

— een prik aan de vinger

a prick from a needle

— een prik van een naald

a prick from a thorn

— een prik van een doorn

to prick one's finger

— zich in de vinger prikken

to prick a balloon

— een ballon prikken

licht tintelend gevoel, prikkend gevoel


a prick of pain

— een stekende pijn

a tiny prick

— een lichte prik

a prickling sensation

— een prikkelend gevoel

iemand of iets prikken


to prick someone with a needle

— iemand met een naald prikken

to prick the skin

— de huid prikken

to prick a blister

— een blaar doorprikken

belediging, grof taalgebruik


you prick

— jij lul

what a prick

— wat een lul

you little prick

— jij kleine lul

geweten, aandacht, reactie


to prick someone's conscience

— iemands geweten prikkelen

to prick up one's ears

— de oren spitsen

medische tests en onderzoeken


skin prick test

— huidpriktest

finger-prick blood test

— vingerprik-bloedtest