Vertaling van prick van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

prick

': prik, lul, prikken, pik, leuter
Transcriptie: [prɪk]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. prik n (pierce)
  2. prikken (pierce)
  3. verspenen n
  4. doorprikken
  5. steken
  6. prikkelen
  7. opensteken
  8. doorsteken
  9. knagen
  10. de sporen geven

noun

  1. geprikt
  2. Prick m
  3. lul
  4. pik
  5. leuter
  6. snikkel
  7. penis
  8. stekel
  9. prikkel
  10. jongeheer