Vertaling van privilege van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

privilege

': voorrecht, privilege, bevoorrechten, gunst, preferentie
Transcriptie: [ˈprɪvɪlɪʤ]

Woordenboekartikel

noun

  1. privilege n (benefit)
  2. voorrecht n (prerogative)
  3. bevoorrecht
  4. bevoegdheid f (prerogative)
  5. toegangsrecht n (access right)
  6. machtiging f (permission)
  7. bevoordeeld
  8. gunst
  9. preferentie
  10. prae

verb

  1. bevoorrechten
  2. vrijstellen
  3. machtigen
  4. verontschuldigen

Voorbeelden

juridisch of wettelijk


attorney-client privilege

— verschoningsrecht van de advocaat

privilege against self-incrimination

— recht om niet tegen zichzelf te getuigen

parliamentary privilege

— parlementaire onschendbaarheid

diplomatic privilege

— diplomatieke immuniteit

privileged communication

— vertrouwelijke communicatie

claim privilege

— beroep doen op een verschoningsrecht

informatietechnologie of computergebruik


privilege escalation

— priviligeescalatie

elevated privileges

— verhoogde rechten

root privilege

— rootrechten

privileged access

— bevoorrecht toegang

system privilege

— systeemrecht

sociale status of ongelijkheid


social privilege

— sociaal privilege

white privilege

— witte privilege

male privilege

— mannelijk privilege

class privilege

— klasseprivilege

inherited privilege

— verkregen privilege

zakelijk of voordelen


special privilege

— speciaal privilege

exclusive privileges

— exclusieve privileges

privilege program

— privilegeprogramma

membership privileges

— ledenvoordelen

handeling of houding


to privilege someone

— iemand bevoorrechten

to privilege evidence

— bewijs voorrang geven

privilege of choice

— keuzerecht

onderwijs of kansen


academic privilege

— academisch privilege

privilege of access

— toegangsrecht