Vertaling van proclivity van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
proclivity
Woordenboekartikel
noun
- neiging f (propensity)
Voorbeelden
algemene neiging, predispositie
proclivity for change
— neiging tot verandering; aanleg voor veranderinga proclivity for detail
— neiging tot oog voor details; aanleg voor detailgerichtheida proclivity to adapt
— neiging om zich aan te passen; neiging tot aanpassingnatural proclivity
— natuurlijke neiging; aangeboren aanleginnate proclivity
— aangeboren neiging; natuurlijke aanlegnegatieve of problematische neigingen
proclivity for violence
— neiging tot geweld; aanleg tot geweldproclivity to procrastinate
— neiging om uit te stellen; neiging tot procrastinatieproclivity for lying
— neiging tot liegen; aanleg tot liegenproclivity for addiction
— neiging tot verslaving; vatbaarheid voor verslavingproclivity to exaggerate
— neiging om te overdrijven; neiging tot overdrijvingprofessionele, cognitieve of persoonlijke neigingen
proclivity for analytical thinking
— neiging tot analytisch denken; aanleg voor analyseproclivity for leadership
— neiging tot leiderschap; aanleg voor leiderschapproclivity for innovation
— neiging tot innovatie; aanleg voor vernieuwingproclivity for detail-oriented work
— neiging tot detailgericht werk; aanleg voor nauwkeurig werkproclivity for learning
— neiging om te leren; aanleg om kennis op te doenbiologische, genetische of culturele predispositie
genetic proclivity to disease
— genetische aanleg voor ziekte; erfelijke aanleg voor ziektecultural proclivity
— culturele neiging; culturele aanlegproclivity toward risk-taking
— neiging tot risico nemen; neiging tot risicovol gedragproclivity for certain tastes
— neiging tot bepaalde smaken; aanleg voor bepaalde voorkeurenmate of intensiteit van de neiging
strong proclivity
— sterke neiging; duidelijke aanlegmarked proclivity
— opvallende neiging; uitgesproken aanlega pronounced proclivity for solitude
— uitgesproken neiging tot eenzaamheid; duidelijke aanleg voor alleen zijna slight proclivity
— lichte neiging; zwakke aanleg