Vertaling van proclivity van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

proclivity

': neiging
Transcriptie: [prəˈklɪvɪtɪ]

Woordenboekartikel

noun

  1. neiging f (propensity)

Voorbeelden

algemene neiging, predispositie


proclivity for change

— neiging tot verandering; aanleg voor verandering

a proclivity for detail

— neiging tot oog voor details; aanleg voor detailgerichtheid

a proclivity to adapt

— neiging om zich aan te passen; neiging tot aanpassing

natural proclivity

— natuurlijke neiging; aangeboren aanleg

innate proclivity

— aangeboren neiging; natuurlijke aanleg

negatieve of problematische neigingen


proclivity for violence

— neiging tot geweld; aanleg tot geweld

proclivity to procrastinate

— neiging om uit te stellen; neiging tot procrastinatie

proclivity for lying

— neiging tot liegen; aanleg tot liegen

proclivity for addiction

— neiging tot verslaving; vatbaarheid voor verslaving

proclivity to exaggerate

— neiging om te overdrijven; neiging tot overdrijving

professionele, cognitieve of persoonlijke neigingen


proclivity for analytical thinking

— neiging tot analytisch denken; aanleg voor analyse

proclivity for leadership

— neiging tot leiderschap; aanleg voor leiderschap

proclivity for innovation

— neiging tot innovatie; aanleg voor vernieuwing

proclivity for detail-oriented work

— neiging tot detailgericht werk; aanleg voor nauwkeurig werk

proclivity for learning

— neiging om te leren; aanleg om kennis op te doen

biologische, genetische of culturele predispositie


genetic proclivity to disease

— genetische aanleg voor ziekte; erfelijke aanleg voor ziekte

cultural proclivity

— culturele neiging; culturele aanleg

proclivity toward risk-taking

— neiging tot risico nemen; neiging tot risicovol gedrag

proclivity for certain tastes

— neiging tot bepaalde smaken; aanleg voor bepaalde voorkeuren

mate of intensiteit van de neiging


strong proclivity

— sterke neiging; duidelijke aanleg

marked proclivity

— opvallende neiging; uitgesproken aanleg

a pronounced proclivity for solitude

— uitgesproken neiging tot eenzaamheid; duidelijke aanleg voor alleen zijn

a slight proclivity

— lichte neiging; zwakke aanleg