Vertaling van produce van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

produce

': produceren, opbrengst, productie, produkten, opleveren
Transcriptie: [ˈprɒdjuːs]

Woordenboekartikel

verb

  1. produceren (manufacture, cause)
  2. productie f (manufacture)
  3. voortbrengen (bear, take)
  4. opleveren (provide)
  5. veroorzaken
  6. vervaardigen
  7. maken (enable, get, making)
  8. maak
  9. creëren
  10. leveren (provide)

noun

  1. product n (goods)
  2. opbrengst
  3. produkten
  4. produktie
  5. produkt
  6. voortbrengselen
  7. voortbrengsel

Voorbeelden

produceren als werkwoord, creëren of maken


produce goods

— goederen produceren

produce a film

— een film produceren

produce electricity

— elektriciteit opwekken

produce a report

— een rapport opstellen

produce a product

— een product vervaardigen

produce a sound

— een geluid voortbrengen

produceren als werkwoord, veroorzaken of teweegbrengen


produce an effect

— een effect teweegbrengen

produce results

— resultaten opleveren

produce a reaction

— een reactie oproepen

produce change

— verandering bewerkstelligen

produce evidence

— bewijs aanvoeren

produceren als werkwoord, tonen of overleggen


produce documents

— documenten overleggen

produce a passport

— een paspoort tonen

produce identification

— identificatie overleggen

produce proof

— bewijs leveren

produceren als zelfstandig naamwoord, landbouwproducten


fresh produce

— verse producten

local produce

— streekproducten

organic produce

— biologische producten

produce market

— markt voor landbouwproducten

produce section

— groente- en fruitafdeling

produce aisle

— groente- en fruitgang

vaste combinaties en uitdrukkingen met produce


produce the goods

— waar maken

produce a play

— een toneelstuk opvoeren

produce a record

— een plaat opnemen

produce a show

— een show produceren