Vertaling van program van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

program

': programma, programmeren, program, programmaboekje, agenda
Transcriptie: [ˈprəʊgræm]

Woordenboekartikel

verb

  1. programma n (application)
  2. programmeren (programmer)
  3. programmeer

noun

  1. softwareprogramma n (software)
  2. program
  3. programmaboekje
  4. agenda

Voorbeelden

plan en programma


a training program

— een trainingsprogramma

a TV program

— een tv-programma

the program of events

— het programma van evenementen

an educational program

— een educatief programma

voorstelling en optreden


the evening program

— het avondprogramma

a concert program

— een concertprogramma

the program starts at eight

— het programma begint om acht uur

programmeren


to program a computer

— een computer programmeren

to program a robot

— een robot programmeren

to program in Python

— programmeren in Python

to program the system

— het systeem programmeren