Vertaling van programming van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

programming

': programmeren
Transcriptie: [ˈprəʊgræmɪŋ]

Woordenboekartikel

participle

  1. programmeren n
  2. programmering
  3. programmeertaal f (programming language)
  4. Programming

Voorbeelden

als proces


computer programming

— computerprogrammering

programming basics

— basisbeginselen van programmeren

programming skills

— programmeervaardigheden

programming course

— programmeercursus

talen en hulpmiddelen


programming language

— programmeertaal

programming framework

— programmeerframework

programming environment

— programmeeromgeving

programming library

— programmeerbibliotheek

ontwikkelpraktijk


programming code

— programmacode

programming task

— programmeertaak

programming project

— programmeerproject

programming assignment

— programmeeropdracht

stijl en aanpak


object-oriented programming

— objectgeoriënteerd programmeren

functional programming

— functioneel programmeren

parallel programming

— parallel programmeren

visual programming

— visueel programmeren

programmerend


programming logic

— programmeerlogica

programming device

— programmeerapparaat

programming system

— programmeersysteem