Vertaling van promise van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

promise

': belofte, beloven, toezegging, toezeggen, uitloven
Transcriptie: [ˈprɒmɪs]

Woordenboekartikel

noun

  1. belofte f (commitment)
  2. beloofd
  3. veelbelovend
  4. vooruitzicht n (prospect)
  5. toezegging

verb

  1. beloven
  2. belooft (vow, pledge)
  3. beloof
  4. toezeggen
  5. uitloven
  6. zijn woord geven

Voorbeelden

beloven


promise to help

— beloven te helpen

promise to call

— beloven te bellen

promise to pay

— beloven te betalen

promise someone something

— iemand iets beloven

promise to keep a secret

— beloven een geheim te bewaren

promise to do one's best

— beloven zijn best te doen

promise to be there

— beloven er te zijn

promise to return

— beloven terug te komen

een belofte


a promise

— een belofte

a broken promise

— een gebroken belofte

a solemn promise

— een plechtige belofte

a written promise

— een schriftelijke belofte

keep a promise

— een belofte nakomen

make a promise

— een belofte doen

break a promise

— een belofte breken

promise ring

— beloftenring

hoopvol of perspectiefvol zijn


show promise

— hoop tonen

full of promise

— vol beloften

a sign of promise

— een teken van hoop

promise of success

— vooruitzicht op succes

a promising start

— een veelbelovend begin

idiomen


promise the moon

— gouden bergen beloven

promise someone the world

— iemand de hele wereld beloven

empty promise

— loze belofte

no promises

— geen beloften

land of promise

— het beloofde land

promise kept

— belofte nagekomen