Vertaling van proprietor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

proprietor

': eigenaar, huisbaas, patenthouder
Transcriptie: [prəˈpraɪətə]

Woordenboekartikel

noun

  1. eigenaar m (owner)
  2. ondernemer m
  3. huisbaas
  4. patenthouder

Voorbeelden

eigenaar van een bedrijf of onderneming


sole proprietor

— eenmanszaak; enige eigenaar van een bedrijf

shop proprietor

— winkeleigenaar

restaurant proprietor

— restauranteigenaar

hotel proprietor

— hoteleigenaar

proprietor of the establishment

— eigenaar van de zaak

proprietor and manager

— eigenaar en beheerder

former proprietor

— voormalige eigenaar

new proprietor

— nieuwe eigenaar

eigenaar van onroerend goed of eigendom


registered proprietor

— geregistreerde eigenaar

proprietor of the premises

— eigenaar van het pand; eigenaar van de gebouwen

land proprietor

— grondeigenaar; landeigenaar

proprietor of the property

— eigenaar van het eigendom

juridische rechten of aansprakelijkheid van de eigenaar


proprietor's rights

— rechten van de eigenaar; rechten van de bezitter

proprietor's liability

— aansprakelijkheid van de eigenaar; aansprakelijkheid van de bezitter

joint proprietor

— mede-eigenaar

proprietor of record

— eigenaar van record; geregistreerde eigenaar

overdracht van rechten of wisseling van eigenaar


transfer of proprietorship

— overdracht van eigendom; overdracht van bezit

change of proprietor

— wisseling van eigenaar; wisseling van bezitter

proprietor for the time being

— tijdelijke eigenaar; tijdelijke bezitter