Vertaling van pull van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

pull

': trekken, trek, aantrekkingskracht, halen, haal
Transcriptie: [pʊl]

Woordenboekartikel

verb

  1. trekken (put)
  2. trek m (draw)
  3. halen (extract)
  4. aantrekken
  5. uittrekken (take off)
  6. terugtrekken (retract)
  7. duwen (push)
  8. opgehaald (extract)
  9. optrekken (go up)
  10. tillen (lift)

noun

  1. aantrekkingskracht f (attraction)
  2. trekkend
  3. intrekken (retract)
  4. haal
  5. het trekken
  6. ruk
  7. teug
  8. trek aan pijp

Voorbeelden

fysieke beweging of verplaatsing


pull something

— iets trekken

pull someone

— iemand trekken

pull a rope

— aan een touw trekken

pull a cart

— een kar trekken

pull open

— opentrekken

stoppen, aankomen of vertrekken van voertuigen


pull over

— stoppen langs de kant van de weg

pull in

— binnenrijden, aankomen

pull into

— iets binnenrijden, ergens stoppen

pull up

— stoppen, voorrijden en stoppen

bereiken, succes of vooruitgang


pull ahead

— vooruitkomen, een voorsprong nemen

pull off

— iets voor elkaar krijgen, succesvol uitvoeren

pull through

— doorstaan, overleven, herstellen van een ziekte

bedrog, sluwheid of manipulatie


pull someone's leg

— iemand voor de gek houden, voor de gek houden

pull the wool over someone's eyes

— iemand om de tuin leiden, misleiden

pull a fast one

— een list uithalen, iemand oplichten

invloed, connecties of machtsgebruik


pull strings

— aan touwtjes trekken, connecties gebruiken

pull rank

— zijn rang gebruiken, met autoriteit drukken

werk, inspanning of samenwerking


pull your weight

— je deel van het werk doen, je steentje bijdragen

pull together

— samenwerken, gezamenlijk optrekken

fysiek letsel, pijn of scherpe gewaarwordingen


pull a muscle

— een spier verrekken, een spier trekken

pull a tooth

— een tand trekken, een tand verwijderen

pull a face

— een gezicht trekken

mechanische handelingen, uitschakelen of stoppen


pull the plug

— de stekker eruit trekken, de steun stopzetten, uitschakelen

pull down

— afbreken, slopen, verlagen

pull out

— zich terugtrekken, eruit halen, wegrijden

aantrekken, aandoen door te trekken


pull on

— zijn jas uittrekken, bovenkleding uittrekken

pull off one's coat

— zijn jas uittrekken