Vertaling van put off van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

put off

': afschrikken, afleggen, afschepen, afzetten, uittrekken
Transcriptie: [pʊt ɒf]

Woordenboekartikel

verb

  1. afschrikken
  2. afgeschrikt
  3. uitgesteld
  4. afleggen
  5. afschepen
  6. afzetten
  7. uittrekken
  8. afschrijven
  9. afzeggen
  10. wegmaken

Voorbeelden

uitstellen of verplaatsen


put off a meeting

— een vergadering uitstellen

put off the trip

— de reis uitstellen

put off the appointment

— de afspraak verplaatsen; de afspraak uitstellen

put off making a decision

— een besluit uitstellen

uitstellen, talmen


put off doing homework

— het huiswerk uitstellen; het huiswerk voor zich uitschuiven

put off starting the project

— de start van het project uitstellen

put off paying the bills

— de rekeningen niet op tijd betalen; het betalen van de rekeningen uitstellen

iemand afschrikken; iemand tegen zich innemen


put someone off

— me de lust benemen; me van het idee afbrengen

put me off the idea

— klanten afschrikken met onheuse bediening; klanten wegjagen met onheuse bediening

put customers off with rude service

— iemand uit zijn doen brengen; iemand van zijn stuk brengen

de inspecteurs op het verkeerde spoor zetten; de speurders op een dwaalspoor brengen


put someone off their stride

— hem van zijn stuk brengen door irrelevante vragen te stellen; hem afleiden door irrelevante vragen te stellen

put the detectives off the scent

— de speurders op het verkeerde spoor zetten

put him off by asking irrelevant questions

— hem van zijn stuk brengen door irrelevante vragen te stellen