Vertaling van put together van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

put together

': samenstellen, samenvoegen, in elkaar zetten, punten maken
Transcriptie: [ˌpʊt təˈɡɛðə]

Voorbeelden

samenstellen, samenvoegen


put together a shelf

— een plank in elkaar zetten

put together a table

— een tafel in elkaar zetten

put together a bookshelf

— een boekenplank in elkaar zetten

put together a jigsaw puzzle

— een legpuzzel in elkaar zetten

put together a team

— een team samenstellen; een team formeren

put together a committee

— een commissie formeren

bereiden, samenstellen uit ingrediënten


put together a meal

— een maaltijd bereiden; een menu samenstellen

put together a sandwich

— een boterham bereiden

put together a snack

— een tussendoortje bereiden; een snack samenstellen

samenstellen, informatie compileren


put together a report

— een rapport opstellen

put together a plan

— een plan opstellen

put together a list

— een lijst opstellen

put together a presentation

— een presentatie voorbereiden; een presentatie samenstellen

put together a playlist

— een playlist samenstellen; een playlist opstellen

combineren, een look of combinatie vormen


put together an outfit

— een outfit samenstellen; een look creëren

put together a look

— een look creëren; een look samenstellen

put together colors

— kleuren combineren

mensen samenbrengen, introduceren of koppelen


put two people together

— twee mensen met elkaar in contact brengen; twee mensen introduceren

put together a date

— een afspraakje organiseren; een date regelen

bewijs verzamelen, materiaal of documenten verzamelen


put together the evidence

— het bewijs verzamelen

put together a file

— een dossier samenstellen; een bestand opstellen

put together documentation

— documentatie voorbereiden; documentatie verzamelen

financiering regelen; middelen verzamelen


put together financing

— financiering regelen; fondsen werven

put together a deal

— een deal regelen; een deal sluiten

goed verzorgd, netjes of goed uitgerust zijn


well put together

— verzorgd; netjes; goed uitgerust