Vertaling van question van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

question

': vraag, vragen, kwestie, ondervragen, vraagstuk
Transcriptie: [ˈkwesʧən]

Woordenboekartikel

noun

  1. vraag f (inquiry)
  2. vragen (enquiry, asking)
  3. kwestie f (problem)
  4. vroegen
  5. twijfel f (doubt)
  6. vraagstuk
  7. rondvraag
  8. navraag
  9. interpellatie
  10. examenopgaaf

verb

  1. ondervragen (interrogate)
  2. gevraagd (query)
  3. betwijfelen
  4. in twijfel trekken
  5. interpelleren

Voorbeelden

een vraag stellen of formuleren


ask a question

— een vraag stellen

ask someone a question

— iemand een vraag stellen

raise a question

— een vraag opwerpen

pose a question

— een vraag formuleren

put a question to someone

— iemand een vraag voorleggen

twijfelen of in twijfel trekken


question the results

— de resultaten in twijfel trekken

question his motives

— zijn motieven in twijfel trekken

call into question

— in twijfel trekken

be open to question

— voor discussie vatbaar zijn

betwisten of verhoren


question a witness

— een getuige verhoren

question someone

— iemand verhoren

be questioned by the police

— door de politie verhoord worden

question the accuracy

— de nauwkeurigheid betwisten

soorten vragen


rhetorical question

— retorische vraag

closed question

— gesloten vraag

open question

— open vraag

leading question

— suggestieve vraag

follow-up question

— vervolgvraag

multiple-choice question

— meerkeuzevraag

trick question

— strikvraag

yes-no question

— ja-neevraag

frequently asked question

— veelgestelde vraag

tekens, sessies of formaten


question mark

— vraagteken

question and answer

— vraag en antwoord

question time

— vragenuurtje

question paper

— examenopgave

grammatica, woorden of vormen


question word

— vraagwoord

question form

— vragende vorm

question tag

— bevestigingsvraag