Vertaling van residential van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

residential

': woon-, woning-
Transcriptie: [rezɪˈdenʃəl]

Woordenboekartikel

adjective

  1. woonwijk f (housing estate, housing area)
  2. woongebied n
  3. woon m
  4. woningbouw m (housing construction)
  5. residentie f
  6. woon-
  7. woning-

noun

  1. woning f

Voorbeelden

woon-, woning-


residential area

— woongebied

residential building

— woongebouw

residential complex

— wooncomplex

residential property

— woning; woonobject

residential development

— woningbouw; bouw van woonruimte

residential street

— woonstraat

residential neighborhood

— woonwijk; woonbuurt

residential unit

— wooneenheid; woonblok

residential house

— woonhuis

residential estate

— woonwijk; wooncomplex

residential parking

— parkeren voor bewoners

woon-, zorg- of onderwijscontext


residential care

— woonzorg; zorg met verblijf

residential school

— internaat; kostschool

residential treatment

— klinische behandeling; therapie met verblijf

residential facility

— instelling met verblijf; woonvoorziening

residential rehabilitation

— klinische revalidatie; revalidatie met verblijf

residential program

— programma met verblijf; klinisch programma

residential placement

— plaatsing in een instelling; opname met verblijf

residential services

— begeleid wonen; woonbegeleiding

stedenbouwkundige, juridische of gemeentelijke context


residential use

— bewoning; woondoeleinden

residential zoning

— woonbestemming; woonzones

residential lot

— woningbouwperceel; woonkavel

residential mortgage

— hypotheek voor woningen; woninghypotheek

residential tenant

— huurder van een woning; woninghuurder

residential occupancy

— bewoning; gebruik als woning

residential parking permit

— bewonersparkeervergunning; parkeervergunning voor bewoners