Vertaling van sail van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

sail

': zeil-, zeil, varen, zeilen, zeiltocht
Transcriptie: [seɪl]

Woordenboekartikel

noun

  1. zeil n (canvas)
  2. zeiltocht
  3. doek
  4. zeilschip
  5. vleugel
  6. molenwiek

verb

  1. varen (cruise)
  2. zeilen (sailing)
  3. gezeild
  4. uitvaren
  5. uitzeilen
  6. stevenen
  7. besturen
  8. verzeilen
  9. zwerven

adjective

  1. zeil-

Voorbeelden

varen onder zeil


set sail

— uitvaren; in zee steken

sail away

— wegvaren; wegzeilen

sail off

— wegvaren; onder zeil vertrekken

sail across the ocean

— de oceaan oversteken onder zeil

sail into the harbor

— de haven binnenzeilen; de haven binnenlopen onder zeil

under sail

— onder zeil

voorwerpen bij zeil of schip


sailboat

— zeilboot; zeiljacht

sailing ship

— zeilschip; zeilvaartuig

mainsail

— grootzeil; hoofzeil

jib

— fok; voorzeil

spinnaker

— spinnaker; bolzeil

het zeil bedienen


hoist the sail

— het zeil hijsen

lower the sail

— het zeil strijken

trim the sails

— de zeilen bijstellen

reef the sails

— de zeilen reven

adjust the sail

— het zeil bijstellen

idiomatische uitdrukkingen


plain sailing

— een fluitje van een cent; makkie

sail through

— er vlot doorheen komen; moeiteloos volbrengen

sail close to the wind

— op het randje opereren; riskant te werk gaan

with the wind in one's sails

— de wind in de zeilen hebben; voorspoed kennen

catch the wind in one's sails

— impuls krijgen; voordeel behalen

sail by

— passeren; (van tijd) voorbijvliegen