Vertaling van scheduler van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

scheduler

': planner
Transcriptie: [ˈʃedjuːlə]

Woordenboekartikel

noun

  1. Scheduler m
  2. Taakplanner m (task scheduler)
  3. planner m (planner)
  4. schema n (schedule)

Voorbeelden

systeemplanner


task scheduler

— taakplanner

job scheduler

— taakplanner

process scheduler

— procesplanner

CPU scheduler

— CPU-planner

planning in besturingssystemen


scheduler queue

— plannerwachtrij

scheduler policy

— plannerbeleid

scheduler priority

— plannerprioriteit

scheduler thread

— plannerthread

planner in toepassingen


calendar scheduler

— agendaplanner

meeting scheduler

— vergaderplanner

appointment scheduler

— afsprakenplanner

event scheduler

— evenementenplanner

resourceplanning


resource scheduler

— resourceplanner

network scheduler

— netwerkplanner

disk scheduler

— schijfplanner

packet scheduler

— pakketplanner